Identificatie met Nederland

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft onlangs het rapport ‘Identificatie met Nederland’ aangeboden. De aanleiding voor het opstelen van het rapport is gelegen in de steeds terugkerende debatten en discussies over de vraag wat eigenlijk precies ‘de’ Nederlandse identiteit is. De Nederlandse identiteit wordt volgens de raad echter vaak met een verwijzing naar het verleden, en soms wat statisch verbeeld. In Nederland wordt, net zoals in de ons omringende landen, bij het zoeken naar de contouren van de eigen identiteit vooral teruggegrepen op de eigen geschiedenis en tradities. De opgaven van de 21ste eeuw worden nu te veel met een 19de- eeuws verhaal tegemoet getreden waar burgers die oorspronkelijk niet uit Nederland komen, zich moeilijk mee kunnen identificeren. De zoektocht naar nationale identiteit moet in een breder historische context geplaatst worden. Het gaat om de vraag of het ‘idee van Nederland’ nog wel met het huidige Nederland samenvalt. Door het verhaal van degenen die van elders naar Nederland zijn gekomen een plaats te geven in de omschrijving van wat Nederland is, krijgt ook het verleden een inclusiever karakter. Zo ontstaan meerdere identificatiemogelijkheden.

In dit rapport pleit de raad voor een wisseling van perspectief: van een perspectief van één nationaliteit naar een identiteit vanuit meervoudige processen van identificatie. Drie routes van identificatie zijn: functioneel identificatie, normatieve identificatie en emotionele identificatie. Deze routes van identificatie moeten leiden tot aanknopingspunten voor beleid, versterken van de maatschappelijke samenhang en tot een toekomstgerichte en open oriëntatie op de maatschappij. De richting die de raad voorstaat houdt de erkenning in van wederzijdse afhankelijkheid en lotsverbondenheid, en de daaruit vloeiende noodzaak van het leren omgaan met verschillen. Nu bestaat de neiging om deze wederzijdse afhankelijkheid en de daarmee gepaard gaande lotsverbondenheid te ontkennen. Alsof Nederland nog een reële optie heeft om zich terug te trekken uit de wereld en Europa, en de multiculturele samenleving zou kunnen terugdraaien.

De WRR stelt dat het debat rond nationale identiteit gezien kan worden als een historische constante; de laatste twee eeuwen vond op gezette tijden een herdefiniëring van de nationale identiteit plaats. Het streven naar (nationale) eenheid leidde in het verleden soms tot conflicten of uitsluiting van bepaalde groepen. De raad pleit daarom voor het onderhouden en bevorderen van meerdere routes voor identificatie met Nederland, in plaats van het geven van een blauwdruk van de nationale identiteit. De raad ziet in globalisering en in het bijzonder toenemende migratie en mondialisering van de media nieuwe lokale identiteiten en transnationale identificaties ontstaan. De aandacht voor het onderwerp nationale identiteit is gewenst, maar wordt momenteel vooral beschouwd als een recept tegen onwenselijke ontwikkelingen binnen de multiculturele samenleving. Nationale identiteit is dan een vehikel voor nationale samenhang en voorbeeld en streefbeeld voor migranten die zich in Nederland hebben gevestigd.

Het onderscheid tussen autochtoon en allochtoon, tussen gevestigden en buitenstaanders, is ongewenst, simplistisch, grofmazig en contraproductief. Men kan iemand geen allochtoon, niet van hier, noemen en vervolgens vragen zich volledig Nederlander te voelen. De keuze voor meervoudigheid betekent dat afgezien moet worden van grove categorieën die slechts één dimensie van iemands identiteit centraal stellen. De raad pleit er uitdrukkelijk niet voor om een nieuw begrip te introduceren ter vervanging van het begrip allochtoon. Elke verzamelterm draagt het risico in zich van onterechte en zelfs schadelijke generalisering en doet geen recht aan de groeiende verscheidenheid onder Nederlandse burgers. De raad benadrukt dat identificatie geen zero-sum game is, geen kwestie van loyaliteiten of van kiezen of delen. De raad is zich bewust van het feit dat culturele diversiteit op de lange termijn zowel een bron voor welvaart en innovatie is, maar dat een (snelle) toename ervan kan leiden tot een afname van het onderlinge vertrouwen tussen groepen en het vertrouwen in de samenleving als geheel. De keuze voor de nadruk op identificatieprocessen is gerelateerd aan de notie dat dit wetenschappelijke zin betere papieren heeft en beter uit de voeten kan met de huidige situatie dan een benadering die ‘de’ nationale identiteit als vastomlijnd gegeven en statisch streefbeeld voor anderen probeert vast te leggen.

Identificatie is een dynamisch proces van leggen, onderhouden en verbreken van verbindingen. Identificatie met Nederland is veel meer dan liefde voor een loyaliteit aan het (nieuwe) vaderland. Meer nog gaat het om kansen op de arbeidsmarkt, goede mogelijkheden voor de toekomst van de kinderen, vriendschappen, meedoen in de politieke arena en een eigen stempel kunnen drukken op maatschappelijke ontwikkelingen. Naar het oordeel van de raad is de eis van emotionele binding met Nederland te veel op de voorgrond komen te staan. Op het gebied van functionele identificatie zijn kansen blijven liggen, terwijl juist op dat gebied meer mogelijkheden voor interventie liggen dan bij processen van emotionele identificatie. Ook de noodzaak om op een productieve manier om te gaan met normatieve conflicten verdient meer aandacht. De drie identificatie routes zijn analytisch te scheiden, maar lopen in de praktijk door elkaar heen. Het is ook niet zo dat de ene identificatie per se voorafgaat aan een van de andere identificaties.

Functionele identificatie ontstaat als mensen een gemeenschappelijk belang hebben en als er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid. Belangrijke plekken waar functionele identificatie tot stand kan komen zijn als vanouds werk, wijk en school. Normatieve identificatie heeft betrekking op de mogelijkheden die er zijn om de eigen normen en opvattingen te kunnen volgen en in te brengen in het publieke en politieke domein. Niet iedereen heeft evenveel inbreng in dit proces. Meer ruimte voor inbreng van verschillende groepen nodig. Nieuwe onderwerpen die vaak tot de private sfeer worden gerekend, zoals religie en seksuele normen, vragen soms om een publieke behandeling. Emotionele identificatie gaat over gevoelens van verbondenheid met anderen en in meer abstracte zin met Nederland, over een sense of belonging. Er is ten onrechte vermenging ontstaan tussen loyaliteit en nationaliteit. Wie zijn footprints niet hoeft te verloochenen zal makkelijker nieuwe emotionele bindingen aan kunnen gaan en zich ook Nederlander voelen. Wil dit echter emotionele identificatie ondersteunen, dan dient er ruimte te zijn voor de inbreng van alle inwoners van Nederland. Identificatie met Nederland gaat niet vanzelf. Er kunnen fricties en nieuwe aanspraken op machtsposities ontstaan. Er zijn nieuwe groepen die de politieke arena betreden, eigen normen inbrengen en invloed doen gelden binnen het democratisch bestel. Dat kan ongemakkelijk aanvoelen, maar het is wel het wezenskenmerk van een vitale samenleving die zichzelf opnieuw weet uit te vinden. De raad is van mening dat deze benadering – van meervoudige identificaties - meer mogelijkheden biedt om in een wereld van open grenzen, culturele diversiteit en transnationale verhoudingen de spanningen tussen mensen in Nederland het hoofd te bieden. Opmerking:Er zijn veel kritische kanttekeningen gemaakt over het WRR rapport. Kanttekeningen waar ik niet aan voorbij wil gaan - zie hiervoor diverse krantencommentaren – maar waar niet over geschreven wordt is de redeneertrant die gehanteerd wordt in het rapport.

Het hele rapport is geschreven vanuit pragmatisme, nuchterheid en handelsgeest - waren dat niet ooit kenmerken voor een Nederlandse manier van doen? Bij herhaling wordt de burger en de overheid aangesproken op hun rede, investeren in zichzelf en het productief maken van verschillen. In de 21ste eeuwse versie vraagt de raad dit te doen vanuit bewustzijn van de betekenis van de eigen en nationale geschiedenis en wederzijdse afhankelijkheid en lotsverbondenheid. Last but not least doet de raad met haar rapport een uitspraak over de Nederlandse identiteit door meervoudigheid een permanent kenmerk van de Nederlandse samenleving te noemen.

______________________

Bron: WRR, Identificatie met Nederland, WRR-rapport 79, Amsterdam University Press, Amsterdam 2007.