FLOATING TEA


Floating Tea is een concept waarin verschillende werkterreinen samenkomen. Basaal bestaat het concept uit een drijvende theeboot waarin kleinschalige horeca een opleidings- en werkplek biedt voor jonge mensen. Bij voorkeur jonge mensen die behoren tot een groep die moeilijk een stage[1] plek vinden vanwege hun culturele achtergrond. Tevens wordt voorrang gegeven aan kandidaten die woonachtig zijn in de buurt van de ligplaats van de boot.
Floating Tea is op het eerste gezicht een werkgelegenheidsproject, maar richt zich uiteindelijk op zelfstandig ondernemerschap[2] met kwalitatief hoogwaardige horeca. Dit ondernemerschap kan ontstaan uit het succes van het concept waardoor afkoop en overname van het concept mogelijk is.
Floating Tea bouwt op allianties met instellingen en bedrijven in de stad. Instellingen en bedrijven die door het leveren van middelen en diensten Floating Tea sponsoren. Middelen die verstrekt kunnen worden als renteloze lening of onvoorwaardelijk investering in het concept.
Jonge ondernemers hebben een netwerk nodig om op terug te vallen. In de sector zal gezocht worden naar een peetvader of –moeder die zich wil verbinden aan het project. Een peet die af en toe willen dienen als klankbord of adviseur. Iemand die kennis heeft van de sector en daarmee kennis en bescherming kan bieden.


Organisatievorm

Floating Tea zal worden opgezet als stichting of vereniging waarbij het geld dat verdient wordt direct geïnvesteerd wordt in het project. Afhankelijk van de afspraken met de investeerders kan gekozen worden de middelen en diensten in de loop van de tijd af te kopen waardoor de uitvoerende eigenaar worden en de investeerders uiteindelijk uit het concept kunnen stappen of als adviseur aan de zijlijn blijven staan. Deze vorm van samenwerking vraagt van de uitvoerenden besef voor het onderhouden van relaties. Huidige investeerders kunnen ook toekomstige investeerders zijn. Investeerders voor andere of nieuwe initiatieven.

Partijen

Floating Tea drijft op bescherming vanuit de lokale horeca, de gemeente, en andere lokale ondernemers.Bij lokale horeca wordt in eerste instantie gedacht aan eigenaren van succesvolle concepten. De gemeente kan op verschillende manieren een bijdrage leveren, onder meer door vanuit het havenbedrijf pontons beschikbaar te stellen en tevens door de inzet van kennis vanuit sociaal, economisch en ruimtelijke hoek. Zadkine zal als opleidingsinstituut een belangrijke partner zijn voor Floating Tea. Tevens is de idee om voor het afnemen van producten gebruik te maken van producten en diensten van kleine ondernemers uit de buurt. Brood bij een locale bakker, bloemen van de lokale bloemist etc.

Fysieke vorm

Floating Tea bestaat uit twee basale elementen: pontons en een cabin. Een deel van de pontons wordt vrijgehouden voor buitenruimte, ofwel een terras eventueel te overdekken, maar in ieder geval omheind in verband met verdrinkingsgevaar.

Achtergrond Horeca
Floating Tea is een drijvend theehuis. Er wordt thee en koffie geschonken en er zullen diverse culturele zoetig- en hartigheden op de kaart staan. Afhankelijk van het succes kan het assortiment worden uitgebreid. Zo ook de mate waarin Floating Tea zelf hapjes en gerechten bereid. In eerste instantie biedt Floating Tea een plek voor het leren van praktische horecavaardigheden zoals klantvriendelijkheid, service verlenen, hygiënisch handelen en ondernemerschap. De kleinschaligheid c.q. de omvang van de eerste opzet van de horeca hangt hiermee samen. Grote concepten ontstaan niet uit het niets. Met ervaring en goed ondernemerschap zal blijken of uitbreiding mogelijk zal zijn.
Afhankelijk van de betrokkenheid van de stagiaires zal het mogelijk zijn diepere inbreng te hebben in de bedrijfsvoering. De stages bestaan bij voorkeur uit korte intensieve oriëntaties die bij gebleken geschiktheid uitmonden in meer langdurige verbinding op meer flexibele basis. Dit aspect zal nader onderzocht en uitgewerkt moeten worden, onder meer door afstemming met het opleidingsinstituut.



[1] In diverse media wordt al enige tijd aandacht besteed aan de problemen die jongeren ondervinden bij het vinden van een stageplek. Opleidingsinstituten richten uit nood hun eigen hotels en restaurants op om voldoende stageplaatsen te kunnen garanderen voor hun leerlingen. Zie ook artikel Wijnberg, R., Dan maar zelf een stageplek creëren. In: nrc· next, dinsdag 25 april 2006.

[2] Referentie: artikel Bos, R., Solly, Moos en Pietie maken nu hun eigen wijn. In: Volkskrant, Buitenland, maandag 6 maart 2006, pagina 4.