in transition agency kijkt naar mensen en de maatschappij en naar de interactie die zij aangaat met de gebouwde omgeving. Zij ziet verbindingen, botsingen, vraagstukken en schoonheden die ontstaan uit de interactie tussen mensen en hun omgeving en geeft een respons.

ITa initieert projecten en legt daarvoor lokaal verbindingen en creëert samenwerkingsverbanden met buurtgebonden bewoners, ondernemers, instellingen en diensten. ITa investeert daarvoor in eigen projecten en zoekt co-financiers om het project mogelijk te maken.

ITa zet zich in als maatschappelijk ondernemer en investeert tijd, kennis en kunde om projecten te ontwikkelen en een antwoord te formuleren op hedendaagse vraagstukken door theorie en praktijk dichter bij elkaar te brengen. ITa ontwikkelt vanuit deze visie samen met bewoners en gevestigden plekken in de openbare ruimte.

werkvelden:
- openbare ruimte | landschap
- kunst in de publieke ruimte
- groene en duurzame samenleving
- braakliggende terreinen
- leegstand
- gebiedsontwikkeling
- ruimtelijke en cultuurhistorische verkenning
- tussentijd/tijdelijkheid
- participatie/burgerschap/democratie (zie ook artikelen)
- alternatieve woon- en bedrijfsvormen (w.o. tiny houses, bedrijventerreinen, leegstand)

bijdrage
ITa begeleidt startende particuliere initiatieven bij de realisatie van hun plannen.

OPRICHTER/EIGENAAR

ITA is opgericht in 2006 als zelfstandige onderneming onder de naam BURO ZOOOI. In 2012 is de naam verandert in In Transition agency. ITA verricht onderzoek, advies en projectbegeleiding en projectontwikkeling.

Fréderique Kreeftenberg (1970) is directeur/eigenaar. Opgeleid als
stadssocioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Een maatschappelijk betrokken ondernemer, met een oog voor knelpunten en visie op mogelijke oplossingen. Een ervaren projectleider, onderzoeker en adviseur die belang hecht aan duurzaamheid, ethiek en joie de vivre.

LANDGOED VAN COOL TOT TERHAVE wordt de Nieuwe Tuin


Landgoed van Cool tot Terhave
April 2009 is Landgoed van Cool tot Terhave (gestart als Strandpark Coolhaven) als particulier initiatief ontstaan op braakliggend terrein. De wens was het braakliggende terrein als park terug te geven aan de stad en haar bewoners. Voor de ontwikkeling van het terrein is sociaal en fysiek geïnvesteerd door het terrein fysiek in te richten en het ontwerp aan te laten sluiten bij het gebruik en de visie voor de ontwikkeling van het terrein voor de toekomst. Om het terrein op de Rotterdamse culturele kaart te zetten zijn gedurende vijf jaar kleine en middelgrote evenementen georganiseerd in samenwerking met bewoners en lokale ondernemers. Sinds 2013 is de activiteit door bewoners en lokale ondernemers dusdanig gegroeid dat het voeren van een apart programma is afgebouwd. Centraal in de ontwikkeling staat creativiteit, ondernemerschap, tijdelijkheid, verval en hergebruik.

Herbenoemen van het Strandpark naar Landgoed van Cool tot Terhave is ingezet als knipoog naar begrippen als ‘achterstandswijk’ en ‘krachtwijk’ die zijn toegekend aan de buurt én historiserende architectuur waarin kasteelachtige gebouwen werden opgeleverd. Sinds 2012 woont men aan de Coolhaven aan een Landgoed. Een landgoed met een oprijlaan, (tournooi)veld, Zonnetuin en ruïne (van Havesteijn).

Sinds eind 2017 zijn er gesprekken en overleg met omwonenden en rondom de locatie gevestigde organisaties om het ontwikkelen en beheren van het terrein over te nemen. Eind januari 2018 zijn de eerste plannen gepresenteerd aan een grotere groep bewoners. De plannen zijn voorgelegd aan fondsen voor financiering. In afwachting van de financiering hebben de nieuwe initiatiefnemers en vrijwilligers tijdens een tweetal tuindagen alvast wat voorbereidend werk uitgevoerd om de tuin klaar te maken voor de nieuwe plannen.

Initiatiefnemer | ontwikkelaar | begeleider:
Fréderique Kreeftenberg i.s.m. Wouter van Brakel

De ontwikkeling van Landgoed van Cool tot Terhave is mogelijk door financiële bijdragen van gemeente Rotterdam,  Woonbron, Vestia | Stadswonen en investering in natura van
Wouter van Brakel | Majeur Tentoonstellingen en Fréderique Kreeftenberg | In Transition agency.

www.landgoedcooltotterhave.nl
Volg ons op facebook: Landgoed Cool tot Terhave

COOLHAVENKADE




Coolhavenkade
Project Coolhavenkade is een particulier initiatief van Fréderique Kreeftenberg (stadssocioloog). In samenwerking met Gudrun Bosch (landschapsarchitect) is het project verder ontwikkeld. Het doel van het project was aan de hand van kleinschalige fysieke ingrepen de openbare ruimte ter hoogte van de kade van de Coolhaven in Rotterdam aantrekkelijker en leefbaarder te maken.
In navolging van gesprekken met bewoners, ondernemers, instellingen en gemeentelijke diensten is een plan ontwikkeld en uitgevoerd. De kade Coolhaven (zuidzijde) is circa 750m lang. Over de hele lengte zijn tien projectlocaties benoemd waar met de betreffende bewoners en ondernemers werd nagedacht over het ontwikkelen van een ontwerp. Uiteindelijk zijn 6 van de 10 locaties ontwikkeld. Op sommige locaties bleek het draagvlak te laag om te komen tot een ontwerp. Klik hier voor een live impressie.

De looptijd voor de ontwikkeling van het project liep van begin 2010 tot 2012. In 2012 is het beheer en onderhoud van de opgeleverde elementen voortgezet. Afgesproken is dat de ontwikkelde projecten bij voldoende draagvlak een tijdelijke status zouden hebben tot eind 2015. Door verplicht onderhoud van de kade in 2015 zijn een aantal deelproject vroegtijdig geëindigd. Alleen de schildering viaduct Pieter de Hoochbrug resteert (CHK04). Oktober 2015 is de website www.coolhavenkade.nl en het facebookaccount Cool Havenkade opgeheven.


CHK00 Bomendoeken                                     CHK03 zitmeubel
CHK04 Viaduct Pieter de Hooch                 CHK05 Pot van planken
CHK06/07 Lange Rode Bank (23m)            CHK09 Folly 4 all - zitmeubel
                      ontwerp MVRDV
   





KLEINE AVONTURENPARK




Het Kleine Avonturenpark
Eind 2011 ontstond bij kinderopvang de Kleine Machinist, café De Machinist en ontwikkelaars van Landgoed van Cool tot Terhave de wens een veilige groene speelplek te ontwikkelen voor kinderen. De initiatiefnemers van Landgoed van Cool tot Terhave hebben het initiatief naar zich toe getrokken en een plan opgesteld om een avontuurlijke speelplek te ontwikkelen met bewoners en lokale ondernemers.


Halverwege 2012 was het plan en de financiering rond en kon een start worden gemaakt met de uitvoering van het plan voor de aanleg van het Kleine Avonturenpark. Vanaf juli 2013 is het Kleine Avonturenpark dagelijks open. Sinds de opening wordt het park verder ontwikkeld met en voor bewoners en lokale ondernemers. Het Kleine Avonturenpark maakt onderdeel uit van Landgoed van Cool tot Terhave.


initiatiefnemer | ontwikkelaar | mede-investeerder:
Frederique Kreeftenberg


Het Kleine Avonturenpark is mogelijk door financiële bijdragen van Stichting Doen, Van Leeuwen Van Lignac Stichting, Snickers-de Bruijn Stichting, gemeente Rotterdam, Jantje Beton en Job Dura Fonds.



Volg ons op facebook: Kleine Avonturenpark

Hittebescherming


De afgelopen maand was de hitte een lichamelijk zware opgave. De eerste echte hittedagen waren nog redelijk goed op te vangen. Er waren nog ontsnappingsmogelijkheden in de vorm van plekken met wind, verkoeling door water en schaduw. Na een aantal dagen en de oplopende temperaturen werd het steeds moeilijker om het lichaam nog tot een acceptabel niveau af te koelen en niet continue met de hitte bezig te zijn. Ondanks afgesloten ramen en deuren en een al eerder aangebracht zonnescherm was de hitte het huis niet meer uit te krijgen.
De opluchting was groot toen het begon te regenen, wolken verschenen en het eindelijk afkoelde. Na twee dagen verkoeling werd ik fitter en voelde weer energie om in actie te komen. Ineens kon ik me voorstellen dat als het wat langer had geduurd en ik ongeveer 30 jaar ouder zou zijn, mijn lichaam niet langer tegen deze hitte bestand zou zijn. 

Mijn moeder is ongeveer 30 jaar ouder dan ik en is dus op de leeftijd waarop ik dacht dat ik het zou opgeven. Zij heeft het volgehouden hoewel het haar wel zwaar viel. In navolging van haar ervaringen en berichten in het nieuws over de hitte, hebben we samen gefantaseerd wat op korte termijn interessante hanteerbare oplossingen zouden kunnen zijn om haar woning tegen de hitte te beschermen. Onze gedachten gingen uit naar semi-permanente oplossingen die de bestaande structuren niet zouden aantasten. Semi-permanente oplossingen omdat het wellicht op de juiste manier de problemen adresseert in de periode waarin we verkeren. Een periode waarin geëxperimenteerd kan worden met eenvoudige en betaalbare oplossingen voor bestaande woningen. Oplossingen die door particulieren of groepen particulieren zelf kunnen worden opgepakt al dan niet in samenwerking met gemeente, corporaties of andere partijen. Oplossingen die mogelijk eenvoudig aangepast of verwijderd kunnen worden als ze onvoldoende werken of juist een permanente status krijgen omdat ze goed werken.

De gedachten die opkwamen waren vooral gericht op het buiten het huis houden van de hitte.
Met in de ‘achtertuin’ een groot aantal kastelen was er direct de gedachte aan dikke muren. In navolging daarvan ontstond het idee van het plaatsen van een eenvoudige voorzetwand. Een voorzetwand om de raamruimte te kunnen verkleinen, een extra luchtlaag aan te brengen en schaduw te creëren. Het eerste idee was een mooie enigszins opengewerkte houtenwand te plaatsen of leemmuur met een aantal sierlijke openingen. De volgende gedachte was een zelfstaande modulaire verticale groene wand. Deze laatste optie lijkt een meerwaardige optie die zelfs een aantal andere kwesties adresseert, zijnde wateropgave en CO2 opvang.

We zijn nog niet zover dat we tot uitvoering overgaan, maar alle drie de ideeën lijken ook na beschouwing nog steeds interessant. Wellicht zijn wij niet de enige die deze ideeën hebben bedacht en worden ze zelfs in een iets andere vorm al uitgevoerd. Wat zijn uw gedachten om uw huis te beschermen tegen de hitte?

Hét tuinidee voor de achtertuin: de zitkuil


Enige tijd geleden was ik bij een congres over water en de maatschappelijke/stedelijke opgaven die daaraan verbonden zijn. Verschillende partijen, zoals de waterschappen, zijn op zoek naar plekken in en om de stad voor waterberging en -afvoeren. Eén van die plekken die ze op het oog hebben vanwege het over het algemeen stenige karakter is jouw en mijn achtertuin. Een plek die ze niet tot nauwelijks kunnen bereiken vanwege het private karakter ervan. Door de geschetste problematiek was mijn interesse gewekt en bleef één gedachte continu ‘oppoppen’: zitkuil[1].

Graaf een (gelaagde) kuil in je tuin waar je alleen of met meerderen op een aangename manier kunt zitten, hangen of liggen. In natte periodes biedt de kuil ruimte aan het water, voor berging en of badderen.

Het idee liet me niet los. Ik heb het idee de laatste tijd al verschillende keren gedropt tijdens gesprekken in relatie tot dit onderwerp. Gisteren drong het idee zich opnieuw op. Dit keer heb ik het idee maar serieus genomen en een mini-zoektocht naar de zitkuil ondernomen. Ik deel via deze weg mijn bevindingen.

Bovenal kan ik stellen dat er niet heel veel te vinden is over de zitkuil. De meest grote bijdrage is te vinden in de bundel bij de expositie van het Nai uit 2004[2]. Daaruit valt op te teken dat de zitkuil de meest ultieme uiting van de woonidealen van de jaren zeventig was. Deze idealen drukten zich uit in vijf thema’s: ontmoeting, experiment, menselijke maat, herontdekking van de stad en variatie.
Experimenten met de leefruimte en het creëren van ‘zones’ of ‘plekken’ resulteerden onder meer in de zitkuil. Een woonvorm die werd beschouwd als verst doorgevoerde manifestatie van emancipatie en collectivisme. De zitkuil was de manier om terug te gaan naar de natuur en de grond, door met de benen in een kuil rondom het vuur te gaan zitten.

De zitkuil die ik voor ogen heb ligt in de tuin. Er zijn veel voorbeelden te vinden van zitkuilen voor binnen, maar die laat hier buiten beschouwing. De zitkuil heeft geen specifieke eisen of vorm en kan dus in allerlei vormen voor komen. Met andere worden ideaal voor een hele persoonlijke uiting dus!

Aangezien ik verwacht dat niet iedereen mijn enthousiasme deelt en gelijk gaat graven, stel ik voor dat een paar bekende Nederlanders en opiniemakers het voortouw nemen. Mijn verzoek aan jullie is om regelmatig foto’s van jezelf te ‘posten’ op de fora voor social media terwijl je in de kuil zit. Laat het woord zitkuil geregeld vallen in interviews, twitter foto’s van jezelf samen met je BFF of bijvoorbeeld een dijkgraaf of een heemraad in de zitkuil. Geef deze favoriete plek een bijzondere naam en laat het iedereen weten. Volgens goed gebruik volgen de peers dan redelijk vlot.
Bij voorbaat dank. ; )


Voor beelden waarin de idealen van de jaren 70 en dit zitkuil zichtbaar zijn: https://anderetijden.nl/aflevering/466/Zitkuil


[1] Een zitkuil is een verlaagd gedeelte in de huiskamer of de tuin waar gezeten kan worden. – www.wikipedia.nl
[2] Vletter, de M., De Kritiese jaren zeventig. Architectuur en Stedenbouw 1968 – 1981, Nai Uitgevers.

De betegelde tuin als ideaal.

De klimaatopgaven dwingen ons opnieuw na te denken over onze gewoonten en gebruiken. Op veel vlakken is het van belang dat we kijken hoe we onze handelingen kunnen veranderen ten einde het ons leefklimaat te verbeteren. Om te kunnen veranderen is het soms eerst nodig om te weten waarom we bepaalde dingen op een bepaalde manier doen of zijn gaan doen.

Gewoonten en gebruiken leren we ons zowel bewust als onbewust aan. Onze ouders, leraren, idolen en de overheid leren ons van jongs af aan hoe dingen gaan. We voeren strijd met onze ‘opvoeders’ om dingen anders te mogen doen of bestrijden onze opvoeders als ze dingen willen veranderen.
Het veranderen van gedrag van mensen is vaak moeilijk bewust te veranderen, we houden graag vast aan de dingen die we kennen. Veelal laten mensen zich onbewust beter sturen. Niet voor niets worden vloggers, trendsetters en bekende personen ingezet om producten en diensten te promoten aan hun volgers.

Om terug te keren bij de klimaatopgaven. Een van de aspecten die gemeenten graag willen aanpakken is de hoeveelheid m2 bestrating/tegels te verminderen. De gemeente kan direct aan de slag met het vloeroppervlak waar zij direct zelf verantwoordelijk voor is. Dit geldt echter niet voor de m2 die in private handen zijn. Denk daarbij aan uw eigen voor- en achtertuin.

Jarenlang was het grootste ideaal een eigen tuin te hebben. Een tuin die je kon gebruiken om je eigen groente en kruiden te kweken en zo onafhankelijk te zijn en kosten te besparen. Toen de welvaart steeg en het voor steeds meer mensen minder noodzakelijk was om hun eigen groenten te kweken, werd de tuin een symbool voor die welvaart. De siertuin was de nieuwe trend. De tuin werd aangelegd met mooie bloeiende planten en grasveld. Om door de tuin te kunnen lopen liep er hooguit een tegelpad of lagen er wat ‘stepping stones’. Tuinieren was vervolgens een zeer nastrevenswaardige hobby.

Het welvaartsideaal dat de burgerij door de eeuwen heen nastreeft, is meestal verbonden aan de lifestyle van de rijkere bevolkingslaag. De landheer toont zijn rijkdom door een tuin aan te leggen die laat zien dat hij niet afhankelijk is van zijn land voor zijn inkomen. Hij investeert geld in zijn tuin zonder direct geldelijk gewin. Hij is zo rijk dat hij een siertuin kan aanleggen met rozen, beelden en een gazon.

Ondertussen zijn de meeste tuinen in Nederland volledig betegeld met hier en daar een paar plantjes. Bij de aanleg van een nieuwbouwwijk zijn de hoeveelheid tegels die geleverd worden bij de nieuwe bewoners niet op meer te tellen. Nu de opgave om tegels uit de tuinen te halen ten behoeve van het milieu aan alle kanten doorklinkt, rijst de vraag hoe we hier zijn beland. Wiens of welke idealen streven we na door het (volledig) betegelen van onze voor- en achtertuinen?

De oude landheren zijn ondertussen verdwenen als onze normatieve raadgevers, hun idealen sijpelen zo hier en daar nog door in onze normen en waarden, maar zijn grotendeels vervangen door minder eenduidige adviserende bronnen. Onduidelijk is mij nog welke bronnen en argumenten van invloed zijn geweest voor de massale omarming van de volledig betegelde tuin.

De voordelen van een betegelde tuin lijken in eerste instantie vooral praktisch van aard. Door de betegeling hoeft men weinig onderhoud te besteden aan de tuin. Tegels zijn relatief goedkoop en gaan lang mee. Het harde gladde oppervlakte van de meeste tegels is eenvoudig schoon te houden en zorgt voor een hygiënische vloer. Door het verharden van de vloer is de ruimte voor de tuin tevens een verlengstuk geworden van de woonkamer. Ruimte voor Leisure zonder daarbij vies of nat te worden.

Ligt het antwoord voor de bijna volledige betegeling dan bij gemak, geld, tijd en meer m2 woonoppervlakte? Of gaat de betegelde tuin net als de siertuin ook over status? Ik heb een tuin en hoef dat bijna niet voor te doen en heb tegelijkertijd een groter huis. Wellicht toch het resultaat van modernistische ideaal dat nagestreefd werd door de elite in de 20ste eeuw[1]. Niet alleen een huis, maar ook een tuin met strakke en rechte lijnen.




[1] https://anderetijden.nl/aflevering/466/Zitkuil

Individuele of collectieve tuin? Nieuwe tijden, nieuwe idealen?


Het (verworven) ideaal is een tuin voor iedereen of wellicht beter gesteld, private buitenruimte voor iedereen. Dat kan een tuin zijn maar ook een balkon, patio of loggia. Het ideaal ligt mijns inziens onder vuur. De tuin die symbool stond voor vrijheid en ervaren van de natuur, wordt door steeds meer gebruikers betegeld. Daarnaast toont onderzoek aan dat steeds meer mensen woonachtig in een stedelijke omgeving liever in de buurt van een fijn park wonen in een huis met een balkon, dan een eigen tuin ambiëren.

Ik ben opgegroeid in een dorp. Ons huis had een voor- en achtertuin en was gelegen aan de rand van het dorp. Achter de huizenrij die haaks op onze straat stond lagen bossen en weilanden. We speelden bijna altijd buiten op straat, in de tuin(en) of in het bos. Voor zover ik me kan herinneren waren alle tuinen goed onderhouden en groen.
Na het behalen van mijn middelbare schooldiploma wilde ik naar de stad om te studeren. Sinds mijn 18de woon ik in een stedelijke omgeving en dat is ondertussen al ruim een kwart eeuw. Ik heb in Utrecht, Amsterdam en Rotterdam gewoond. Ik heb kamers, bovenwoningen, appartementen, flats en eengezinswoningen gehuurd. Kopen was nooit een wens omdat ik me vrij wilde bewegen zonder het gewicht van bezit.

Wat ik me herinner is dat de tuinen verbonden aan de panden waarvan ik een deel huurde, zelden of nooit onderhouden waren. Dat gold niet alleen voor het pand dat ik bewoonde maar ook voor de tuinen gelegen achter de andere panden. Als er al gebruik werd gemaakt van de tuin, was het voor opslag van materialen of als ruimte voor een buitenfeestje. In mijn herinnering was er zelden of nooit een mooi ingerichte (achter)tuin.
Ik heb verschillende keren huurwoningen bekeken met een tuin. Het leek ideaal, een benedenwoning met een tuin. Tot je in de tuin stond. Vanuit zeker 20 bovenwoningen was er zicht op de tuin en daarmee op mij. Je (zicht)vrij bewegen in de tuin was daarmee onmogelijk. Ik begreep ineens beter waarom de tuinen zo slecht onderhouden worden. Het verblijf daar was minder aangenaam dan gedacht. De wens die samen gaat met het ideaal van de tuin, is de wens van vrije natuur en vrije beweging. Aan dat ideaal werd door de stedelijke (zicht)tuin op geen enkele manier voldaan.

De reden dat ik mijn ervaring hier publiek opteken is omdat ik me afvraag of het ideaal van de individuele private tuin die aangelegd wordt bij elke pand of perceel, realistisch is in een stedelijke omgeving? Het ideaal van private vrij natuur wordt bij de woning gehuurd, maar wordt feitelijk niet geleverd. Het private is eerder parochiaal door het gebrek aan werkelijke privacy. Als het private dan parochiaal is, waarom zouden we het parochiale dan niet als zodanig inrichten?

Er zijn al de afgelopen jaren al verschillende collectieve tuinen ontwikkeld, dus het idee is niet nieuw. Waar ik aandacht voor vraag is, is het grootschalig toepassen van het idee in het stedelijk gebied. Ik denk daarbij aan het ontkoppelen van private tuinen van benedenwoningen en het aanleggen van collectieve (achter)tuinen. De tuinen worden daarmee beschikbaar voor meerdere bewoners en de mogelijkheid wordt gecreëerd om een quotum te stellen voor het aantal m2 betegeling dat aanwezig mag zijn in deze collectieve tuinen. De collectieve zorg die er is om het klimaat te verbeteren wordt daarmee door meerdere mensen samen aangepakt en wordt een gedeelde verantwoordelijkheid. Ook voor huishoudens met een bovenwoning. Het grondgebied van de stad wordt daarmee ontsloten voor meerdere bewoners en het toepassen van ingrepen die de verbonden zijn aan actuele stedelijke opgaven.

RUIGEPLAAT(S)


Ruigeplaat(s) is een snel, kort en ongevraagd onderzoek naar de geschiedenis van de Oostkousdijk (wijk Delfshaven | gemeente Rotterdam) in het kader van een vraag naar herbestemming van een aantal panden gelegen aan deze straat en een aanpalende straat.

Het document Ruigeplaat(s) is online openbaar beschikbaar. De brochure is een papieren versie te verkrijgen tegen een vergoeding van € 5,00 (plus verzendkosten).